1 oktober 2018 - 25 weken zwanger
Midden in de nacht.
Een stil huis. En iemand die de slaap niet vatten kan.
Meestal zijn het kinderen. In dit huis ben ik dat af en toe.
Angst houdt me uit mijn slaap.
Op dit moment ben ik 25 weken zwanger.
Waar zwanger zijn voor de meesten samenvalt met gelukkig zijn, ervaar ik dat niet zo.
Begrijp me niet verkeerd. Ik kan niet genoeg herhalen hoe blij we zijn met deze nieuwe kans. Zo bekijken wij het. Een kans.
En met een kans kan het twee kanten uit. Een kindje erbij in huis dat we kunnen zien opgroeien.
Of niet. Winnen of verliezen.
Deze week werd ik door enkele kleine dingen, overmand door intens verdriet, het kwam eruit, samen met de angst, die ik wat aan het onderdrukken was. Ja, ik ben bang deze zwangerschap. Ja, ik heb het met vele opmerkingen moeilijk. Mensen die me opgelucht zeggen 'dat alles uiteindelijk toch altijd goed komt', als ze zien dat ik weer zwanger ben. 'Euh, pardon, niet alles komt altijd goed, onze tweede zoon is dood'. Mensen die vragen of ik blij zwanger ben, me bijna verplichten dat ik blij zwanger moet zijn. Mensen die vragen hoe het met mijn zwangerschap gaat en het antwoord zelf invullen. Mensen die vragen hoe het gaat, maar onwennig zijn als ik eerlijk antwoord dat het moeilijk gaat. De vele antwoorden dat ik ervan uit moet gaan, dat alles wel goed zal komen... Is het niet normaal, dat ik, voor de twee keer mama, bevallen van een kindje dat reeds gestorven was, nog voor het goed en wel geboren was, bang ben? Dat ik me onzeker voel, hoe het deze keer zal aflopen? Ja, ik ben blij, maar mag ik alstublieft, na het verlies van Idas*, ook een beetje bang zijn? Mag het?
donderdag 11 januari 2018
K / Dagboek 43 / Terug in de tijd / Zwanger / 24 weken/ Gom mijn angsten alstublieft niet weg
24 september 2017 - 24 weken
Nog maar 24 weken ver,
naar mijn gevoel ben ik al een halve eeuw zwanger.
Zwanger zijn zonder roze wolk, duurt lang.
Ik zweef niet, ik wandel de dag traag in en uit, diep met mijn voeten in de grond geworteld.
En wil geen onnodige euforie rond mij over mijn zwangerschap.
Doe. Maar. Gewoon. Doe. alstublieft. realistisch. En gom mijn angsten alstublieft niet weg.
Er zijn vele momenten dat ik mijn buik liever zou willen wegstoppen.
En er ook zijn momenten dat ik fier zwanger over straat loop.
Gisteren wou ik mijn zwanger zijn even op de Off knop zetten, of eerder op Pauze.
Vorige week was het 10 jaar geleden dat mijn vader overleed aan de gevolgen van mesothelioom (veroorzaakt door asbest). Zoals elk jaar, de laatste dag van september wordt er een fietstocht georganiseerd voor alle slachtoffers van asbest, in het dorp waar ik opgroeide. En dan kom je veel oude bekenden tegen. Die enthousiast zijn dat je daar met een bolle buik rondloopt.
Het is lief, ontzettend lief, dat iedereen proficiat zegt. Maar stiekem vind ik dat ook vermoeiend. Ik weet heel goed, dat die proficiat vervalt, als je kind sterft en de overvloed aan felicitaties plaats ruimt voor enkelingen die het wel durven zeggen, proficiat met jullie tweede zoon. Want ondanks een doodgeboorte, was je kindje er wel, heel kort en werden wij effectief opnieuw mama en papa. Sowieso een proficiat waardig.
Na een paar keer 'Proficiat' te horen, kan ik het niet laten om er een bedenking tussen te gooien.
'Hopelijk blijft die proficiat over een paar maanden nog gelden'. zeg ik dan, een beetje cynisch, I know, maar daar sta je dan, weer zwanger na het verlies van je kind. Alle naïviteit is verdampt. Ik voel me nuchter, zelfs té nuchter. Soms antwoord ik 'we zien wel', omdat ik de euforie belastend vind en nog niet naar de toekomst durf te kijken. Nog nooit leefde ik meer in het nu, waar alle meditatieboeken vol van staan. Als er vragen over details komen, antwoord ik dat mijn enige wens is dat mijn kind leeft. Wat interesseren mij nu kleren, het geslacht, haarkleur, op welke datum ik hoop dat mijn kind geboren zal worden. Dat is gereduceerd tot nul. Nada.
Ik wil sommige mensen weer tot drie leren tellen. Eén dat is Orson. Twee dat is Idas*. En drie dat is dit kindje in buik. Het zal vermoedelijk altijd een gevecht zijn voor erkenning om een kind dat er niet meer is. Een kind dat slechts weinige mensen hebben gezien. Het kind dat wij zo kort, maar zo liefdevol in onze armen hadden.
Ik merk dat vele mensen het moeilijk hebben met angst. Dat ze die willen wegnemen. Maar dat hoeft niet. Liever niet zelfs. Laat het gewoon zijn. Ja, ik ben bang. En dat is ok. Het is geen vijand. Het is gewoon een realiteit, die bij me hoort. Soms ben ik bang. Soms ben ik blij. Soms voel ik ze samen. Altijd probeer ik te hopen op een goede afloop. Maar ook altijd ben ik realistisch en afwachtend. Maar ik sluit niet uit dat er met vertraging toch nog een vleugje roze wolk kan komen. Graag zelfs. Als alles goed is gekomen.
Nog maar 24 weken ver,
naar mijn gevoel ben ik al een halve eeuw zwanger.
Zwanger zijn zonder roze wolk, duurt lang.
Ik zweef niet, ik wandel de dag traag in en uit, diep met mijn voeten in de grond geworteld.
En wil geen onnodige euforie rond mij over mijn zwangerschap.
Doe. Maar. Gewoon. Doe. alstublieft. realistisch. En gom mijn angsten alstublieft niet weg.
Er zijn vele momenten dat ik mijn buik liever zou willen wegstoppen.
En er ook zijn momenten dat ik fier zwanger over straat loop.
Gisteren wou ik mijn zwanger zijn even op de Off knop zetten, of eerder op Pauze.
Vorige week was het 10 jaar geleden dat mijn vader overleed aan de gevolgen van mesothelioom (veroorzaakt door asbest). Zoals elk jaar, de laatste dag van september wordt er een fietstocht georganiseerd voor alle slachtoffers van asbest, in het dorp waar ik opgroeide. En dan kom je veel oude bekenden tegen. Die enthousiast zijn dat je daar met een bolle buik rondloopt.
Het is lief, ontzettend lief, dat iedereen proficiat zegt. Maar stiekem vind ik dat ook vermoeiend. Ik weet heel goed, dat die proficiat vervalt, als je kind sterft en de overvloed aan felicitaties plaats ruimt voor enkelingen die het wel durven zeggen, proficiat met jullie tweede zoon. Want ondanks een doodgeboorte, was je kindje er wel, heel kort en werden wij effectief opnieuw mama en papa. Sowieso een proficiat waardig.
Na een paar keer 'Proficiat' te horen, kan ik het niet laten om er een bedenking tussen te gooien.
'Hopelijk blijft die proficiat over een paar maanden nog gelden'. zeg ik dan, een beetje cynisch, I know, maar daar sta je dan, weer zwanger na het verlies van je kind. Alle naïviteit is verdampt. Ik voel me nuchter, zelfs té nuchter. Soms antwoord ik 'we zien wel', omdat ik de euforie belastend vind en nog niet naar de toekomst durf te kijken. Nog nooit leefde ik meer in het nu, waar alle meditatieboeken vol van staan. Als er vragen over details komen, antwoord ik dat mijn enige wens is dat mijn kind leeft. Wat interesseren mij nu kleren, het geslacht, haarkleur, op welke datum ik hoop dat mijn kind geboren zal worden. Dat is gereduceerd tot nul. Nada.
Ik wil sommige mensen weer tot drie leren tellen. Eén dat is Orson. Twee dat is Idas*. En drie dat is dit kindje in buik. Het zal vermoedelijk altijd een gevecht zijn voor erkenning om een kind dat er niet meer is. Een kind dat slechts weinige mensen hebben gezien. Het kind dat wij zo kort, maar zo liefdevol in onze armen hadden.
Ik merk dat vele mensen het moeilijk hebben met angst. Dat ze die willen wegnemen. Maar dat hoeft niet. Liever niet zelfs. Laat het gewoon zijn. Ja, ik ben bang. En dat is ok. Het is geen vijand. Het is gewoon een realiteit, die bij me hoort. Soms ben ik bang. Soms ben ik blij. Soms voel ik ze samen. Altijd probeer ik te hopen op een goede afloop. Maar ook altijd ben ik realistisch en afwachtend. Maar ik sluit niet uit dat er met vertraging toch nog een vleugje roze wolk kan komen. Graag zelfs. Als alles goed is gekomen.
K / Dagboek 42 / Terug in de tijd / Zwanger / 20 weken / Een zee van zand
27 augustus 2017 - 20 weken
Dat zwanger zijn na verlies zo moeilijk zou zijn... wist zelfs ik, mama van een doodgeboren kind, niet.
Dat zoveel mensen vragen of we blij zwanger zijn of zeggen dat uiteindelijk toch maar alles goed komt... wist ik ook niet.
Natuurlijk zijn we blij met deze nieuwe kans, maar wij zijn ook bang. Want dat is het net, niet alles komt altijd goed, dat verhaal kennen we heel goed. Ik wil niet negatief zijn, maar ben gewoon realistisch. Geworden. Van dat naïef meisje van zestien, van vroeger, blijft niet veel meer over.
Soms lukt het wel om blij te zijn. Met kleine beetjes blij. Niet te lang. Blij durven zijn, vertrouwen, dat zijn we terug aan het leren. En leren doe je altijd met vallen en opstaan. Er is niemand die bij zijn eerste voetbalmatch, koning voetbal is, maar wel na veel oefenen. Ik oefen elke dag.
Het voelt best een beetje eenzaam. Die roze wolk... het spijt me, het lukt me niet. Bij andere zwangere vrouwen lijkt het of ik altijd zo mijn best moet doen. Om positief te zijn. Om te zeggen dat wij gewoon heel veel pech hebben gehad, dat gelukkig bijna niemand dit voor heeft. En bij lotgenoten... natuurlijk doet het pijn voor hen om te weten dat iemand weer zwanger is, natuurlijk. Nochtans is het met hen dat ik me nog steeds het meest verwant voel op dit moment.
k denk dat ik pas na de bevalling zal beseffen dat ik werkelijk zwanger ben geweest. Mijn kop steekt af en toe in het zand en er is veel zand deze zwangerschap, een zee van zand.
Steeds grotere stukjes blij, maar mijn verdriet, dat moet nooit helemaal weg. En ik kan alleen maar hopen dat dat stuk van ons, van wie wij nu zijn, bij familie en vrienden altijd een plaats zal mogen hebben. Dat het niet verbannen moet worden, omdat feestjes doorgaans vooral vrolijk moeten zijn. Kan je niet anders dan een stuk melancholie meedragen als je voor die verschrikkelijke keuze hebt gestaan of je je kind wil begraven of cremeren? Mogen we bang zijn? En soms blij? En melancholisch? Van alles een beetje? Een allegaartje, een groot buffet met verschillende smaken. Mag het alstublieft?
Dat zwanger zijn na verlies zo moeilijk zou zijn... wist zelfs ik, mama van een doodgeboren kind, niet.
Dat zoveel mensen vragen of we blij zwanger zijn of zeggen dat uiteindelijk toch maar alles goed komt... wist ik ook niet.
Natuurlijk zijn we blij met deze nieuwe kans, maar wij zijn ook bang. Want dat is het net, niet alles komt altijd goed, dat verhaal kennen we heel goed. Ik wil niet negatief zijn, maar ben gewoon realistisch. Geworden. Van dat naïef meisje van zestien, van vroeger, blijft niet veel meer over.
Soms lukt het wel om blij te zijn. Met kleine beetjes blij. Niet te lang. Blij durven zijn, vertrouwen, dat zijn we terug aan het leren. En leren doe je altijd met vallen en opstaan. Er is niemand die bij zijn eerste voetbalmatch, koning voetbal is, maar wel na veel oefenen. Ik oefen elke dag.
Het voelt best een beetje eenzaam. Die roze wolk... het spijt me, het lukt me niet. Bij andere zwangere vrouwen lijkt het of ik altijd zo mijn best moet doen. Om positief te zijn. Om te zeggen dat wij gewoon heel veel pech hebben gehad, dat gelukkig bijna niemand dit voor heeft. En bij lotgenoten... natuurlijk doet het pijn voor hen om te weten dat iemand weer zwanger is, natuurlijk. Nochtans is het met hen dat ik me nog steeds het meest verwant voel op dit moment.
k denk dat ik pas na de bevalling zal beseffen dat ik werkelijk zwanger ben geweest. Mijn kop steekt af en toe in het zand en er is veel zand deze zwangerschap, een zee van zand.
Steeds grotere stukjes blij, maar mijn verdriet, dat moet nooit helemaal weg. En ik kan alleen maar hopen dat dat stuk van ons, van wie wij nu zijn, bij familie en vrienden altijd een plaats zal mogen hebben. Dat het niet verbannen moet worden, omdat feestjes doorgaans vooral vrolijk moeten zijn. Kan je niet anders dan een stuk melancholie meedragen als je voor die verschrikkelijke keuze hebt gestaan of je je kind wil begraven of cremeren? Mogen we bang zijn? En soms blij? En melancholisch? Van alles een beetje? Een allegaartje, een groot buffet met verschillende smaken. Mag het alstublieft?
K / Dagboek 41 / Terug in de tijd / Zwanger / 7 weken/ Kleine beetjes blij, grote stukken angst
28 mei 2017 / 7 weken zwanger
We zijn nog maar 7 weken ver. Het voelt nu al als een wandeltocht, waarin ik niet meer kan.
Ik steek mijn kop in het zand. Ik speel een struisvogelmama.
Gisteren vroeg ik aan Jonas of hij me pas over 9 maanden zou willen wakker maken. Gewoon even niets voelen van deze zwangerschap, geen angst en wakker worden van onze huilende baby en er dan tegen aan gaan.
Ik ben bang voor de reacties op deze nieuwe zwangerschap. Bang dat mensen overenthousiast zullen reageren en ik daar niet tegen zal kunnen. Wie zegt dat het deze keer wel goed zal komen? Wie kan zeggen dat we deze keer bij de goede kant van de statistieken gerekend zullen worden? Ik denk dat ik pas blij zal durven zijn als het werkelijk goed is gekomen. Er heeft zich immers een trauma in ons genesteld. Ik erger me nu al aan iedereen die zijn hoofd scheef zal houden bij het zien van mijn groeiende buik met bijhorende ooh's en aah's. Laat mijn buik en mij maar gerust. Doe gewoon. Roze commentaren will be burned!
We denken heel vaak aan Idas de laatste dagen. Deze nieuwe zwangerschap maakt herinneringen wakker. Het doet me aan de dagen denken met Idas in mijn buik. Ik wil hem terug. En dat zal ik waarschijnlijk mijn hele leven denken.
Ik neem het boek 'Altijd een kind tekort' weer uit de kast, een handboek voor zwangerschap na verlies. Ik kocht het enkele maanden na het overlijden van Idas en las toen enkel de eerste hoofdstukken, aangezien de andere nog niet van toepassing waren. Het boek lag te wachten op de dag dat. En natuurlijk zijn we blij dat het zover is. Heel blij. Het is stap één van onze toekomstdroom. Ik denk aan alle koppels die ook verlangen naar een (nieuwe) zwangerschap, aan iedereen voor wie het ouderschap helaas geen vanzelfsprekendheid is. En dan moet ik wel beseffen dat we geluk hebben. Ik vond het voorbije half jaar wachten al verschrikkelijk, maar het moet als luxe klinken voor mensen die er jaren over doen.
In het boek 'Altijd een kind tekort' las ik enkele zaken waardoor ik me, ondanks de angst, toch normaal voel:
Menig onderzoek toont aan dat ouders na het overlijden van hun baby in een volgende zwangerschap een abnormaal verhoogde angst hebben. onderzoekster Joann O'Leary toont aan dat rouw een onderdeel is van de zwangerschap na verlies. Daarmee weerlegt zij eerdere bevindingen dat angst het resultaat is van 'niet verwerkt verlies'. Er wordt bij vrouwen die zwanger zijn na babysterfte en die angst vertonen te gemakkelijk van uitgegaan dat er sprake is van 'niet verwerkt verlies'. O'Leary spreekt dit met haar onderzoeksresultaten tegen en stelt moeders gerust dat angst part op the game is. Uitingen van grote angst kunnen als normaal worden beschouwd gezien de ervaringen van deze ouders.
Het hoort erbij. De angst. Niet dat hij onze beste vriend zal worden. Hij zit naast ons aan tafel, hij gaat met ons slapen. Soms negeer ik hem, duw ik hem weg of kijk ik hem recht in de ogen. Soms verandert hij in hoop, probeert hij te sussen, te lachen, te genieten. Hij is een kameleon, een metgezel tijdens onze tocht naar kindje drie.
Als het allemaal goed komt, zal ik het langzaam weer leren, kleine hapjes proeven van geluk en vertrouwen, la vie en rose met een baby, zoals we nu 'kleine beetjes blij' zijn, naar een lied van Paul de Leeuw, een mooie omschrijving die ik ook las in bovengenoemd boek.
Maar daarvoor is er vooral angst, grote happen worden onzichtbaar ingeslikt bij elke adem...
We zijn nog maar 7 weken ver. Het voelt nu al als een wandeltocht, waarin ik niet meer kan.
Ik steek mijn kop in het zand. Ik speel een struisvogelmama.
Gisteren vroeg ik aan Jonas of hij me pas over 9 maanden zou willen wakker maken. Gewoon even niets voelen van deze zwangerschap, geen angst en wakker worden van onze huilende baby en er dan tegen aan gaan.
Ik ben bang voor de reacties op deze nieuwe zwangerschap. Bang dat mensen overenthousiast zullen reageren en ik daar niet tegen zal kunnen. Wie zegt dat het deze keer wel goed zal komen? Wie kan zeggen dat we deze keer bij de goede kant van de statistieken gerekend zullen worden? Ik denk dat ik pas blij zal durven zijn als het werkelijk goed is gekomen. Er heeft zich immers een trauma in ons genesteld. Ik erger me nu al aan iedereen die zijn hoofd scheef zal houden bij het zien van mijn groeiende buik met bijhorende ooh's en aah's. Laat mijn buik en mij maar gerust. Doe gewoon. Roze commentaren will be burned!
We denken heel vaak aan Idas de laatste dagen. Deze nieuwe zwangerschap maakt herinneringen wakker. Het doet me aan de dagen denken met Idas in mijn buik. Ik wil hem terug. En dat zal ik waarschijnlijk mijn hele leven denken.
Ik neem het boek 'Altijd een kind tekort' weer uit de kast, een handboek voor zwangerschap na verlies. Ik kocht het enkele maanden na het overlijden van Idas en las toen enkel de eerste hoofdstukken, aangezien de andere nog niet van toepassing waren. Het boek lag te wachten op de dag dat. En natuurlijk zijn we blij dat het zover is. Heel blij. Het is stap één van onze toekomstdroom. Ik denk aan alle koppels die ook verlangen naar een (nieuwe) zwangerschap, aan iedereen voor wie het ouderschap helaas geen vanzelfsprekendheid is. En dan moet ik wel beseffen dat we geluk hebben. Ik vond het voorbije half jaar wachten al verschrikkelijk, maar het moet als luxe klinken voor mensen die er jaren over doen.
In het boek 'Altijd een kind tekort' las ik enkele zaken waardoor ik me, ondanks de angst, toch normaal voel:
Menig onderzoek toont aan dat ouders na het overlijden van hun baby in een volgende zwangerschap een abnormaal verhoogde angst hebben. onderzoekster Joann O'Leary toont aan dat rouw een onderdeel is van de zwangerschap na verlies. Daarmee weerlegt zij eerdere bevindingen dat angst het resultaat is van 'niet verwerkt verlies'. Er wordt bij vrouwen die zwanger zijn na babysterfte en die angst vertonen te gemakkelijk van uitgegaan dat er sprake is van 'niet verwerkt verlies'. O'Leary spreekt dit met haar onderzoeksresultaten tegen en stelt moeders gerust dat angst part op the game is. Uitingen van grote angst kunnen als normaal worden beschouwd gezien de ervaringen van deze ouders.
Het hoort erbij. De angst. Niet dat hij onze beste vriend zal worden. Hij zit naast ons aan tafel, hij gaat met ons slapen. Soms negeer ik hem, duw ik hem weg of kijk ik hem recht in de ogen. Soms verandert hij in hoop, probeert hij te sussen, te lachen, te genieten. Hij is een kameleon, een metgezel tijdens onze tocht naar kindje drie.
Als het allemaal goed komt, zal ik het langzaam weer leren, kleine hapjes proeven van geluk en vertrouwen, la vie en rose met een baby, zoals we nu 'kleine beetjes blij' zijn, naar een lied van Paul de Leeuw, een mooie omschrijving die ik ook las in bovengenoemd boek.
Maar daarvoor is er vooral angst, grote happen worden onzichtbaar ingeslikt bij elke adem...
K / Dagboek 40 / Terug in de tijd/ Zwanger / 4 weken/ Pril, blij en bang
7 mei 2017 - 4 weken zwanger
Acht dagen weten Jonas en ik dat ik weer zwanger ben.
We hoopten het al een tijdje en zijn blij dat we weer geluk voelen naast het verdriet.
Orson is sinds die dag ontzettend goedgezind, alsof er een last van zijn schouders is gevallen (ook al weet hij deze keer nog van niets, hij lijkt iets te voelen). Zonder tranen neemt hij afscheid van ons op school.
Zeven dagen is het me gelukt om hoop te voelen.
Maar hoe positief je overdag ook kan zijn, de angst sluipt de nacht in en valt niet te ontkennen, ze neemt een plaats in in onze dromen. Blij en bang, een nieuw duo. We zijn nuchter, zo ondraaglijk nuchter. Ik mis de roze wolk, het vertrouwen dat ik had toen ik zwanger was van Orson en half heb ervaren tijdens de zwangerschap van Idas.
Je zou denken dat het voorbij is, het verdriet...
Maar het is er nog.
Het missen van Idas blijft.
En dat vind ik best zo. Ergens stelt het me gerust. Idas is Idas. Ik wil hem nooit vergeten, ik wil hem altijd ergens dichtbij mij, waardoor er altijd dat stukje verdriet zal zijn, dat vanzelfsprekend bij ons hoort.
Dit prille begin is een ander hoofdstuk.
Ondanks dat ik zwanger ben, blijf ik het moeilijk vinden om al die kleine broertjes en zusjes van klasgenootjes van Orson te zien. Laat staan als het een tweeling is, twee kinderen met één zwangerschap? Och gelukzakken... Ik blijf op een afstand. Ik weet te goed, dat zwanger zijn, daarom niet betekent dat je je kind in je armen zal houden. Ik blijf op een afstand van zwangere vrouwen, inclusief mezelf.
Dat blindelingse vertrouwen dat ik zie bij zwangere vrouwen, het klinkt hard, maar het maakt me soms nog misselijker dan ik al ben. Dan laat ik me even gaan in het schrijven... 'de roze wolk stinkt, er groeit een angstschimmel op'. Erg overdreven natuurlijk, maar ik omzeil ze het liefst. We weten ondertussen teveel. Jonas en ik kennen zoveel verhalen van lotgenoten, zoveel wendingen in zwangerschappen met een bitter einde. Koppels die zelfs een tweede kind verloren... De natuur telt niet. Het kan ook een tweede keer. En dat is verschrikkelijk oneerlijk. Ook wij kunnen ons dat en willen ons dat niet voorstellen.
Sinds Idas, lukt het me niet meer om in de toekomst te kijken. Ik durf niet. Ik wil het niet. Vandaag is het nu. Vandaag ben ik pril zwanger. Vandaag ben ik blij, maar ook bang. Ik probeer te voelen wat ik te voelen heb, maar plant ook zaadjes van hoop, omdat positief denken een instelling is waarbij niets te verliezen valt, ook al kost het me ontzettend veel moeite. Ik denk dat het normaal is tijdens de zwangerschap na verlies, de lucht kleurt grijs en gaat overal waar je gaat met je mee.
Fingers crossed tot het pijn doet, tot ze breken.
Acht dagen weten Jonas en ik dat ik weer zwanger ben.
We hoopten het al een tijdje en zijn blij dat we weer geluk voelen naast het verdriet.
Orson is sinds die dag ontzettend goedgezind, alsof er een last van zijn schouders is gevallen (ook al weet hij deze keer nog van niets, hij lijkt iets te voelen). Zonder tranen neemt hij afscheid van ons op school.
Zeven dagen is het me gelukt om hoop te voelen.
Maar hoe positief je overdag ook kan zijn, de angst sluipt de nacht in en valt niet te ontkennen, ze neemt een plaats in in onze dromen. Blij en bang, een nieuw duo. We zijn nuchter, zo ondraaglijk nuchter. Ik mis de roze wolk, het vertrouwen dat ik had toen ik zwanger was van Orson en half heb ervaren tijdens de zwangerschap van Idas.
Je zou denken dat het voorbij is, het verdriet...
Maar het is er nog.
Het missen van Idas blijft.
En dat vind ik best zo. Ergens stelt het me gerust. Idas is Idas. Ik wil hem nooit vergeten, ik wil hem altijd ergens dichtbij mij, waardoor er altijd dat stukje verdriet zal zijn, dat vanzelfsprekend bij ons hoort.
Dit prille begin is een ander hoofdstuk.
Ondanks dat ik zwanger ben, blijf ik het moeilijk vinden om al die kleine broertjes en zusjes van klasgenootjes van Orson te zien. Laat staan als het een tweeling is, twee kinderen met één zwangerschap? Och gelukzakken... Ik blijf op een afstand. Ik weet te goed, dat zwanger zijn, daarom niet betekent dat je je kind in je armen zal houden. Ik blijf op een afstand van zwangere vrouwen, inclusief mezelf.
Dat blindelingse vertrouwen dat ik zie bij zwangere vrouwen, het klinkt hard, maar het maakt me soms nog misselijker dan ik al ben. Dan laat ik me even gaan in het schrijven... 'de roze wolk stinkt, er groeit een angstschimmel op'. Erg overdreven natuurlijk, maar ik omzeil ze het liefst. We weten ondertussen teveel. Jonas en ik kennen zoveel verhalen van lotgenoten, zoveel wendingen in zwangerschappen met een bitter einde. Koppels die zelfs een tweede kind verloren... De natuur telt niet. Het kan ook een tweede keer. En dat is verschrikkelijk oneerlijk. Ook wij kunnen ons dat en willen ons dat niet voorstellen.
Sinds Idas, lukt het me niet meer om in de toekomst te kijken. Ik durf niet. Ik wil het niet. Vandaag is het nu. Vandaag ben ik pril zwanger. Vandaag ben ik blij, maar ook bang. Ik probeer te voelen wat ik te voelen heb, maar plant ook zaadjes van hoop, omdat positief denken een instelling is waarbij niets te verliezen valt, ook al kost het me ontzettend veel moeite. Ik denk dat het normaal is tijdens de zwangerschap na verlies, de lucht kleurt grijs en gaat overal waar je gaat met je mee.
Fingers crossed tot het pijn doet, tot ze breken.
maandag 6 november 2017
K / Dagboek 39 / Een vuilbak en een tennisracket
Sinds kort heb ik twee ingebeelde vrienden. Nu ja, vrienden, dat is misschien wat overdreven, maar toch...
Het gaat om een vuilbak en een tennisracket.
In plaats van bezig te zijn met een peuter van 14 maanden, beleef ik al 14 maanden een intens rouwproces. Dat mensen heel verschillend reageren op de dood of zelfs niet, had ik al snel door. Maar alle opmerkingen die om de één of andere reden pijn deden bleven hangen... Ik bewaarde ze, zoals een kind zijn knikkers. Tijd om iets met mijn 'foute' verzameling te doen. Ik ken lotgenoten die stiekem punten uitdelen. En een 10 op 10 komt helaas vaker voor dan je denkt. De rouwconsulent, waar ik sinds enkele maanden naartoe ga, nodigde me uit om er iets mee te doen.
Sinds vandaag heb ik een vuilbak in één van mijn hersenkamers neergezet. Zo eentje met een pedaal, zodat ik met één voetklik de onaangename opmerkingen erin kan werpen.
En die tennisracket, die gebruik ik voor de heel erg foute, dus ja, het zou wel eens kunnen dat ik tijdens een gesprek stiekem je woorden van deze aardbol af mep. Dit klinkt misschien een beetje hard. Maar het is een feit dat je als rouwende vaak dingen hoort, die je liever niet zou willen horen, die ons niet vooruit helpen.
Zeker nu ik opnieuw zwanger ben, maakt het me soms verdrietig en kwaad,... dat Idas* zo snel vergeten lijkt te worden. Hoe vaak moet ik me niet verantwoorden dat hij wel degelijk onze tweede zoon is, dat hij wel degelijk geboren is. Geen idee, maar sommige mensen lijken te denken dat een kind dat in week 38 sterft in je buik, gewoon met een delete-knop weggehaald wordt. Ja, ik ben gewoon bevallen, ja wij hebben ons zoontje meteen in onze armen gehouden toen hij geboren was en dat was ondanks het verdriet, ook een ontzettend liefdevol moment dat ik zal blijven koesteren.
Het kindje dat nu groeit in mijn buik, dat is nummertje drie. 'Als ik over mijn oudste zoon praat, want zo vertel ik over Orson, dan komt soms de vraag 'Ah, heb jij nog een zoon?'. Hoe vaak heb ik al niet moeten horen dat ik een miskraam heb gehad, nee, een kind van 50 cm en drie kilo, een kind met alles erop en eraan, dat noem ik geen miskraam, maar mijn zoon. Ik kan er dan wel rustig uitzien, vanbinnen zit mijn moederleeuwenhart en daar wonen twee, binnenkort drie kindjes. Ook de reacties op mijn nieuwe zwangerschap zijn niet altijd even fijn. 'Gelukkig komt uiteindelijk toch altijd alles goed' krijg ik dan te horen. 'Nee, niet altijd komt alles goed, met Idas* is niet alles goed gekomen'. Natuurlijk zijn we blij met deze zwangerschap, we zijn blij, maar ook bang. En zoveel mensen willen angst altijd maar wegvegen, uitgommen, ongedaan maken. Net zoals Orson in zijn Freinetschooltje leert dat hij soms bang, soms verdrietig, soms blij, soms boos mag zijn. Zo voel ik me ook. En dat is ok. Het is echt ok dat wij naast blij, ook erg bang zijn hoe deze zwangerschap verder zal verlopen.
Het flitst in mijn hoofd... 'dat het toch minder erg is, dan een kind dat veel ouder is te verliezen', 'dat iemand zo jaloers op me was, omdat ik zoveel tijd had tijdens mijn moederschapsrust zonder baby', een nonkel die Idas* vergeet mee te tellen, Idas* die niet genoemd wordt als het over kleinkinderen gaat,...
Soms zou ik het willen uitschreeuwen naar mijn omgeving, naar de maatschappij dat dat jongetje dat 1,5 jaar geleden geboren is, alstublieft gewoon mijn zoon mag zijn...
Het is tijd om op de pedaal te klikken. Een overvloed aan woorden gaan de diepte in.
En alle mooie mogen blijven staan.
Mensen die zeggen dat ze gewoon heel hard met ons mee hopen dat alles deze keer wel goed zal komen. Mensen die tellen zoals wij ons gezin tellen, ons derde kindje op komst, een gezin van vijf. Een zus die een cake maakt met Idas* in nic-nac-lettertjes. Een metekind dat een knuffelkonijn opstuurt met op zijn oor Idas geborduurd. Kaartjes op Idas* zijn boven-den-wolken-verjaardag in de brievenbus. Berichtjes uit vaak onverwachte hoek, van mensen die even zeggen dat ze aan ons denken. Een berichtje van mijn vroedvrouw uit de bergen, die op de top, dichtbij de wolken, aan Idas* denkt.
Het gaat om een vuilbak en een tennisracket.
In plaats van bezig te zijn met een peuter van 14 maanden, beleef ik al 14 maanden een intens rouwproces. Dat mensen heel verschillend reageren op de dood of zelfs niet, had ik al snel door. Maar alle opmerkingen die om de één of andere reden pijn deden bleven hangen... Ik bewaarde ze, zoals een kind zijn knikkers. Tijd om iets met mijn 'foute' verzameling te doen. Ik ken lotgenoten die stiekem punten uitdelen. En een 10 op 10 komt helaas vaker voor dan je denkt. De rouwconsulent, waar ik sinds enkele maanden naartoe ga, nodigde me uit om er iets mee te doen.
Sinds vandaag heb ik een vuilbak in één van mijn hersenkamers neergezet. Zo eentje met een pedaal, zodat ik met één voetklik de onaangename opmerkingen erin kan werpen.
En die tennisracket, die gebruik ik voor de heel erg foute, dus ja, het zou wel eens kunnen dat ik tijdens een gesprek stiekem je woorden van deze aardbol af mep. Dit klinkt misschien een beetje hard. Maar het is een feit dat je als rouwende vaak dingen hoort, die je liever niet zou willen horen, die ons niet vooruit helpen.
Zeker nu ik opnieuw zwanger ben, maakt het me soms verdrietig en kwaad,... dat Idas* zo snel vergeten lijkt te worden. Hoe vaak moet ik me niet verantwoorden dat hij wel degelijk onze tweede zoon is, dat hij wel degelijk geboren is. Geen idee, maar sommige mensen lijken te denken dat een kind dat in week 38 sterft in je buik, gewoon met een delete-knop weggehaald wordt. Ja, ik ben gewoon bevallen, ja wij hebben ons zoontje meteen in onze armen gehouden toen hij geboren was en dat was ondanks het verdriet, ook een ontzettend liefdevol moment dat ik zal blijven koesteren.
Het kindje dat nu groeit in mijn buik, dat is nummertje drie. 'Als ik over mijn oudste zoon praat, want zo vertel ik over Orson, dan komt soms de vraag 'Ah, heb jij nog een zoon?'. Hoe vaak heb ik al niet moeten horen dat ik een miskraam heb gehad, nee, een kind van 50 cm en drie kilo, een kind met alles erop en eraan, dat noem ik geen miskraam, maar mijn zoon. Ik kan er dan wel rustig uitzien, vanbinnen zit mijn moederleeuwenhart en daar wonen twee, binnenkort drie kindjes. Ook de reacties op mijn nieuwe zwangerschap zijn niet altijd even fijn. 'Gelukkig komt uiteindelijk toch altijd alles goed' krijg ik dan te horen. 'Nee, niet altijd komt alles goed, met Idas* is niet alles goed gekomen'. Natuurlijk zijn we blij met deze zwangerschap, we zijn blij, maar ook bang. En zoveel mensen willen angst altijd maar wegvegen, uitgommen, ongedaan maken. Net zoals Orson in zijn Freinetschooltje leert dat hij soms bang, soms verdrietig, soms blij, soms boos mag zijn. Zo voel ik me ook. En dat is ok. Het is echt ok dat wij naast blij, ook erg bang zijn hoe deze zwangerschap verder zal verlopen.
Het flitst in mijn hoofd... 'dat het toch minder erg is, dan een kind dat veel ouder is te verliezen', 'dat iemand zo jaloers op me was, omdat ik zoveel tijd had tijdens mijn moederschapsrust zonder baby', een nonkel die Idas* vergeet mee te tellen, Idas* die niet genoemd wordt als het over kleinkinderen gaat,...
Soms zou ik het willen uitschreeuwen naar mijn omgeving, naar de maatschappij dat dat jongetje dat 1,5 jaar geleden geboren is, alstublieft gewoon mijn zoon mag zijn...
Het is tijd om op de pedaal te klikken. Een overvloed aan woorden gaan de diepte in.
En alle mooie mogen blijven staan.
Mensen die zeggen dat ze gewoon heel hard met ons mee hopen dat alles deze keer wel goed zal komen. Mensen die tellen zoals wij ons gezin tellen, ons derde kindje op komst, een gezin van vijf. Een zus die een cake maakt met Idas* in nic-nac-lettertjes. Een metekind dat een knuffelkonijn opstuurt met op zijn oor Idas geborduurd. Kaartjes op Idas* zijn boven-den-wolken-verjaardag in de brievenbus. Berichtjes uit vaak onverwachte hoek, van mensen die even zeggen dat ze aan ons denken. Een berichtje van mijn vroedvrouw uit de bergen, die op de top, dichtbij de wolken, aan Idas* denkt.
zondag 1 oktober 2017
K/ dagboek 38 / Over sociale media en iets dat ik heel voorzichtig wil delen...
Toen Idas* doodgeboren werd, had ik twee keuzes wat sociale media betreft.
Eén: mijn accounts verwijderen en afstand nemen van die ideale wereld en vaak erg mooie plaatjes.
Of twee: eerlijk mijn verhaal vertellen en ingaan tegen de heersende norm. Ik koos voor het laatste. Zelf enkel perfecte, vrolijke beelden tonen was geen optie meer. Ik geef toe, er was een grote twijfel, die ik soms nog steeds voel. Je kan niet anders dan je kwetsbaar opstellen en al zeg ik het zelf, daar is moed voor nodig. Van in het begin heb ik sterk de behoefte gevoeld om ook dit verhaal te delen. En ja, ik weet dat sommige mensen daar niet mee om kunnen en heb er zelfs al enkele negatieve reacties op gekregen. Maar gelukkig waren er ook de positieve. Ik ga ervan uit dat alleen mensen die echt interesse hebben in mijn verhaal dit zullen lezen en verwacht ook niet dat iedereen dat doet. Snel opgelost toch?
Waarom ik er uiteindelijk wel voor koos om ook verdriet te delen? Omdat ik denk dat het ook mooi kan zijn. Omdat ik denk dat iedereen in zijn leven zijn verhaal heeft, dat we niet met elkaar moeten vergelijken, maar gewoon moeten laten zijn. Omdat ik geloof dat de wereld in deze tijden best wel wat kwetsbaarheid kan gebruiken. Omdat mijn hart ook dat sprongetje maakt als ik mensen hoor/lees, die durven vertellen over wat bijvoorbeeld een geliefde die is overleden, allemaal met hen doet. Die durven praten over depressie, burn-out, over de niet evidente tocht die sommigen maken,... over hoe moeilijk de dingen soms gaan. Het verdriet hoeft niet allemaal binnenskamers en het geluk niet enkel buitenshuis.
Mensen die durven spreken over hun angsten en over geluk, ik denk dat ik een flinke boon voor ze heb. Ik heb zelf al zoveel gehad aan lotgenoten, die hun verhaal ook in een blog goten. Het kan zo fijn zijn, om te voelen dat het mag, verdriet hebben.
Zo heeft Celeste Barber, een instagram-account, dat ik graag volg. Perfecte plaatjes van celebrities, imiteert ze met de nodige humor. Ze toont misschien geen verdriet, maar ze toont wel een vrouwenlichaam op een realistische manier, ze durft met haar zelf te lachen. Ze ontkracht al die perfecte plaatjes. Kwetsbaarheid, verdriet, cellulitus, wallen, moederlijven na bevallingen, rouwprocessen die gedeeld worden,... Een échte wereld op sociale media, naast die ook wel mooie geluksplaatjes, waar ik ook wel best van kan genieten.
Ook nu ik weer zwanger ben, heb ik uiteindelijk beslist om ook deze tocht binnenkort te delen. Uiteindelijk heb ik 25 weken nodig gehad om het hier te durven vertellen... Het is verre van een roze wolk. Ik hoop, als ik me er nog een beetje meer klaar voor voel, een eerlijk relaas over blijdschap en angst te tonen, hand in hand.
Eén: mijn accounts verwijderen en afstand nemen van die ideale wereld en vaak erg mooie plaatjes.
Of twee: eerlijk mijn verhaal vertellen en ingaan tegen de heersende norm. Ik koos voor het laatste. Zelf enkel perfecte, vrolijke beelden tonen was geen optie meer. Ik geef toe, er was een grote twijfel, die ik soms nog steeds voel. Je kan niet anders dan je kwetsbaar opstellen en al zeg ik het zelf, daar is moed voor nodig. Van in het begin heb ik sterk de behoefte gevoeld om ook dit verhaal te delen. En ja, ik weet dat sommige mensen daar niet mee om kunnen en heb er zelfs al enkele negatieve reacties op gekregen. Maar gelukkig waren er ook de positieve. Ik ga ervan uit dat alleen mensen die echt interesse hebben in mijn verhaal dit zullen lezen en verwacht ook niet dat iedereen dat doet. Snel opgelost toch?
Waarom ik er uiteindelijk wel voor koos om ook verdriet te delen? Omdat ik denk dat het ook mooi kan zijn. Omdat ik denk dat iedereen in zijn leven zijn verhaal heeft, dat we niet met elkaar moeten vergelijken, maar gewoon moeten laten zijn. Omdat ik geloof dat de wereld in deze tijden best wel wat kwetsbaarheid kan gebruiken. Omdat mijn hart ook dat sprongetje maakt als ik mensen hoor/lees, die durven vertellen over wat bijvoorbeeld een geliefde die is overleden, allemaal met hen doet. Die durven praten over depressie, burn-out, over de niet evidente tocht die sommigen maken,... over hoe moeilijk de dingen soms gaan. Het verdriet hoeft niet allemaal binnenskamers en het geluk niet enkel buitenshuis.
Mensen die durven spreken over hun angsten en over geluk, ik denk dat ik een flinke boon voor ze heb. Ik heb zelf al zoveel gehad aan lotgenoten, die hun verhaal ook in een blog goten. Het kan zo fijn zijn, om te voelen dat het mag, verdriet hebben.
Zo heeft Celeste Barber, een instagram-account, dat ik graag volg. Perfecte plaatjes van celebrities, imiteert ze met de nodige humor. Ze toont misschien geen verdriet, maar ze toont wel een vrouwenlichaam op een realistische manier, ze durft met haar zelf te lachen. Ze ontkracht al die perfecte plaatjes. Kwetsbaarheid, verdriet, cellulitus, wallen, moederlijven na bevallingen, rouwprocessen die gedeeld worden,... Een échte wereld op sociale media, naast die ook wel mooie geluksplaatjes, waar ik ook wel best van kan genieten.
Ook nu ik weer zwanger ben, heb ik uiteindelijk beslist om ook deze tocht binnenkort te delen. Uiteindelijk heb ik 25 weken nodig gehad om het hier te durven vertellen... Het is verre van een roze wolk. Ik hoop, als ik me er nog een beetje meer klaar voor voel, een eerlijk relaas over blijdschap en angst te tonen, hand in hand.
Abonneren op:
Posts (Atom)