We zaten met z'n drieën aan de kapperstafel. Eén van de andere vrouwen was hoogzwanger. Het gesprek ging over haar zwangerschap, over dat de baby elk moment kon komen en over bevallingen tout court. Ze sprak zo luchtig, vol vertrouwen, vol euforie. Ik zweeg, ik glimlachte naar haar en was blij dat de andere vrouw de rol van luisteraar op zich nam. Ik kon toch moeilijk tussenkomen en zeggen 'Ik ben ook net bevallen en mijn baby is dood'. Ik hield mijn 'tristesse' voor mezelf, ik slikte, ik vrat mijn verhaal op, bewaarde het in mijn binnenste als een geheim. Niemand zag dat ik me verstopte in mijn boek. Een boek over het verliezen van een kind, nota bene. Ik heb er een hele stapel ondertussen: boeken over de dood, rouw, doodgeboorte, over terug zwanger worden na het verlies van je kind. Ik verslind ze allemaal, alsof ik een reuzehonger heb. Toen ik onlangs in de bib alle boeken ging uitlenen die er over 'doodgeboorte' waren durfde ik niet in de ogen van de bibliothecaris te kijken. Misschien had ze iets door... ik voelde dat ik begon te blozen.
Vandaag las ik 'Schaduwkind' van P.F. Thomése, ook hij verloor een kind, een dochter, Isa. Een boek met een aanvaardbare titel om in het openbaar te lezen, zodat mensen niet kunnen aflezen wat er op dit moment in mijn leven speelt. Weet je wat me opvalt? De meeste vrouwen zijn zo euforisch als het over zwangerschappen gaat. Ik ben het kwijt. Ik kan het niet meer. Ik kan niet meer blij 'proficiat' zeggen. Ik kan wel blij zijn voor de persoon in kwestie, dat wel. Maar ik geloof het niet meer, dat alles altijd goed komt, ik geloof niet meer in het sprookje van de baby.
Het duurt maar één seconde, één seconde heb je maar nodig en je leven kan helemaal anders zijn. De ene seconde klopt zijn hart, de andere seconde niet meer. Niet alleen mijn kind is dood, maar met hem ging ook mijn naïviteit, mijn blindelings vertrouwen dat baby's altijd goed en wel geboren worden. Mijn ene zus denkt dat het wel terug komt, ik ben daar op dit moment niet zo zeker van. Misschien komt het terug. Misschien of toch een beetje.
'Heb je een dagje vrij genomen?' vroeg de kapster. Ik aarzelde... 'Euh ja'. De hoogzwangere vrouw zat immers nog steeds naast mij, als ik zou zeggen dat ik met moederschapsrust was, zou ongetwijfeld de vraag komen hoe het met mijn baby ging en dan zou ik het niet over mijn lippen krijgen, doen alsof alles in orde was. Ik loog. Om bestwil. Ook al zou ik het willen schreeuwen 'Mijn kind is dood' naar alle mensen in het kapsalon, naar alle stukken haar op de grond. Ik loog. Omdat ik ze het wel gun, die andere vrouwen, het sprookje van de baby.
dinsdag 15 november 2016
zaterdag 29 oktober 2016
K/ Brief aan mama's en zwangere vrouwen
Ik ben net voor de tweede keer mama geworden.
Nog niet zo lang geleden. Bijna drie maanden terug.
Het is nu midden in de nacht.
Geen baby die huilt, geen borst die dringend
melk geven wil. Ook grote broer ligt heerlijk te slapen. En toch ben ik
klaarwakker. Het zou een heerlijk moment kunnen zijn, een moeder die geniet van
de rust in huis en even tijd neemt voor haarzelf. Maar slapen lukt me niet. Er
zijn vele nachten dat ik beneden op de bank kom zitten.
Het is té stil in huis.
Het babybedje hebben we vorige week eindelijk
opgeborgen. Idem met de andere babyspullen. Ik kijk naar zijn foto en denk hoe
spijtig het wel is dat ik geen foto heb van hen twee samen. De twee broertjes.
Op sociale media bulkt het van foto’s van
pasgeboren baby’s, baby’s die wél huilen én lachen. Baby’s die wel
op moederschoot liggen, die wel samen met hun grote broer op de foto staan, papa’s
die fier pronken, moeders die wel een proficiat krijgen...
Ik wil ‘sorry’ tegen je zeggen, 'sorry' tegen alle zwangere
vrouwen en moeders met kleine baby’s die ik negeer op straat. Als ik ze in de
verte zie verschijnen, steek ik de straat over. En zo slalom ik door de stad.
Het spijt me zo dat ik dat doe. Ik vind het nog te moeilijk. Normaal liep ik
daar ook met mijn babyzoon en zou ik naar je knikken als we elkaar kruisten. Zo van, ja, wij zitten in dezelfde club. Dat was het plan.
Maar mijn baby is de as, in het potje op de
kast. Hij ging dood. Helemaal op het einde van mijn zwangerschap. Op 38 weken
beviel ik van een tweede zoon: 50cm, 3000kg, zijn hart... stond stil. We hielden
hem in onze armen en zien hem ongelooflijk graag. Hij woont pal in het midden van mijn hart.
Ik weet dat jullie dit liever allemaal niet willen horen. Ik symboliseer de angst van elke zwangere vrouw in levende lijve. Een 'horrorverhaal'. Dat komt goed uit, zou je kunnen denken, we hebben elkaar allebei liever niet in elkaars buurt!
Ik weet dat jullie dit liever allemaal niet willen horen. Ik symboliseer de angst van elke zwangere vrouw in levende lijve. Een 'horrorverhaal'. Dat komt goed uit, zou je kunnen denken, we hebben elkaar allebei liever niet in elkaars buurt!
Maar eerlijk… ik hoop dat het snel overgaat,
dat ik binnenkort wel naar je lach op straat.
En ik hoop ook dat er op hun beurt, zwangere vrouwen en moeders zijn die ook mijn verhaal kunnen plaatsen, zonder
bang te zijn. Dat we samen een koffie kunnen gaan drinken. Een lach en een
traan kunnen delen. En een koekje.
Lieve andere mama, zou ik je zeggen, het is niet zo erg als
borstvoeding niet loopt zoals je wou. Het is ok dat je kind wat trager of sneller groeit
dan de curves. Het is ok dat je je bevalling nog moet verwerken, de keizersnede
of epidurale verdoving, die je nochtans echt niet wou. Het komt wel weer in
orde als je je niet zo goed voelt, geef het tijd, vraag hulp als het nodig is.
Het is allemaal ok, je doet het goed, op jouw manier ben jij de beste mama.
Ik beloof, volgende keer zal ik naar je lachen
op straat.
Deze brief werd gepubliceerd op de website van Mama Baas, klik hier voor de link naar het artikel)
Deze brief werd gepubliceerd op de website van Mama Baas, klik hier voor de link naar het artikel)
K/ Dagboek 18 / Midden in de nacht
Hier zijn we weer.
Midden in de nacht.
Er bestaat geen taal om uit te drukken hoe ik me voel.
Alleen.
Aan de kant gezet. Buitengesloten.
Ik ben mijn kind verloren. Ik ben net voor de tweede keer mama geworden.
En ik zit hier, moederziel alleen. Boven slaapt de oudste zoon en man. Ik slaap niet.
Ik mis hem verschrikkelijk hard. Idas, die me nu normaal 's nachts zou wakker houden. Idas, je mocht zelfs een huilbaby zijn, ik zou zo blij zijn dat je kon huilen. Ik mis alles van je, elk detail. Ik ken niet eens de klank van je stem, die je in je prille bestaan enkel zou uiten in huilen en gekrijs. Normaal kon je nu al lachen en haalde ik maat 62 uit de dozen. Je zou je hoofdje recht kunnen houden en stilaan bekende gezichten herkennen.
Ik zou eigenlijk ook gewoon graag een mama zijn die haar geluk deelt op Instagram. Misschien komt het nog wel... en dan mensen die 'proficiat' of 'oo zo cute' posten. Hoe heerlijk moet dat zijn.
Het blijft toch zo, heel cliché, dat vooral geluk gedeeld wordt en verdriet... daar zit je dan. Moederziel. Alleen. In het midden van de nacht.
Midden in de nacht.
Er bestaat geen taal om uit te drukken hoe ik me voel.
Alleen.
Aan de kant gezet. Buitengesloten.
Ik ben mijn kind verloren. Ik ben net voor de tweede keer mama geworden.
En ik zit hier, moederziel alleen. Boven slaapt de oudste zoon en man. Ik slaap niet.
Ik mis hem verschrikkelijk hard. Idas, die me nu normaal 's nachts zou wakker houden. Idas, je mocht zelfs een huilbaby zijn, ik zou zo blij zijn dat je kon huilen. Ik mis alles van je, elk detail. Ik ken niet eens de klank van je stem, die je in je prille bestaan enkel zou uiten in huilen en gekrijs. Normaal kon je nu al lachen en haalde ik maat 62 uit de dozen. Je zou je hoofdje recht kunnen houden en stilaan bekende gezichten herkennen.
Ik zou eigenlijk ook gewoon graag een mama zijn die haar geluk deelt op Instagram. Misschien komt het nog wel... en dan mensen die 'proficiat' of 'oo zo cute' posten. Hoe heerlijk moet dat zijn.
Het blijft toch zo, heel cliché, dat vooral geluk gedeeld wordt en verdriet... daar zit je dan. Moederziel. Alleen. In het midden van de nacht.
dinsdag 18 oktober 2016
K / dagboek 17 / Rouw na de bevalling
Ik fiets naar de kinesist en huil stiekem onderweg. Voor ik binnenstap haal ik diep adem.
Rug recht, we zijn flink. Ik loop de wachtzaal van de prenatale diagnostiek door. In kijk recht voor me uit, maar toch zie ik ze in mijn ooghoeken: bolle buiken en mama's met hun kleine baby's. Nog een paar stappen en we zijn in de juiste wachtzaal, praat ik mezelf moed toe. De deur galmt dicht, ik haal weer adem. Ik doe mijn oefeningen en maak een afspraak voor volgende week. Ik fiets naar huis. Ik eet een boterham. Ik open mijn mailbox. Nog meer mails met de vraag hoe het met me gaat. Ik kan niet meer reageren. Tot nu toe deed ik het, maar het geeft me op dit moment stress, ik vertel toch maar altijd hetzelfde verhaal dat ik al genoeg verteld heb. Ik meld me af bij een mama groep op de sociale media. Ik vind mensen die voluit opgaan in alle obstakels die het moederschap met zich kunnen meebrengen op dit moment ver-schrik-ke-lijk. De dood relativeert namelijk alles waar ik me ooit zorgen om maakte. Het doet pijn om te lezen over 'rouw na de bevalling' en dat daarmee, het missen van je oude leventje bedoeld wordt. Ik meld me in gedachten nogmaals af en steek een denkbeeldige middenvinger op.
Ik herbeluister twee liedjes die we op de ceremonie van Idas afspeelden. Ninna Nanna, een wiegelied van Esme Bos en 'Toi, le frère que je n'ai jamais eu' versie van George Moustaki. Er komen tranen.
Ik hoor de post in de gang vallen. Ik sta op. Open de deur en daal de trap af, hopend dat er tussen de rekeningen een brief van Idas zal zitten.
Er was geen brief van Idas. Hij is nergens. Ik neem zijn foto vast, wieg hem in mijn armen, geef hem een kus. Dat was het plan geweest. Wij twee samen nu, het concept van moederschapsrust en het moederschap 'tout court'. Net als elke mama zie ik hem ongelooflijk graag. En ik troost me met de gedachte dat liefde uiteindelijk alles overwint, dat de liefde die ik voor hem voel, uiteindelijk groter zal zijn dan het verdriet, dat de liefde het verdriet omarmt. Of is het net door het verdriet dat ik zoveel liefde voel? Ik ben weer een stukje de berg afgedaald, het is hier dat ik even blijf, niet terug naar boven en nog niet verder naar beneden.
Rug recht, we zijn flink. Ik loop de wachtzaal van de prenatale diagnostiek door. In kijk recht voor me uit, maar toch zie ik ze in mijn ooghoeken: bolle buiken en mama's met hun kleine baby's. Nog een paar stappen en we zijn in de juiste wachtzaal, praat ik mezelf moed toe. De deur galmt dicht, ik haal weer adem. Ik doe mijn oefeningen en maak een afspraak voor volgende week. Ik fiets naar huis. Ik eet een boterham. Ik open mijn mailbox. Nog meer mails met de vraag hoe het met me gaat. Ik kan niet meer reageren. Tot nu toe deed ik het, maar het geeft me op dit moment stress, ik vertel toch maar altijd hetzelfde verhaal dat ik al genoeg verteld heb. Ik meld me af bij een mama groep op de sociale media. Ik vind mensen die voluit opgaan in alle obstakels die het moederschap met zich kunnen meebrengen op dit moment ver-schrik-ke-lijk. De dood relativeert namelijk alles waar ik me ooit zorgen om maakte. Het doet pijn om te lezen over 'rouw na de bevalling' en dat daarmee, het missen van je oude leventje bedoeld wordt. Ik meld me in gedachten nogmaals af en steek een denkbeeldige middenvinger op.
Ik herbeluister twee liedjes die we op de ceremonie van Idas afspeelden. Ninna Nanna, een wiegelied van Esme Bos en 'Toi, le frère que je n'ai jamais eu' versie van George Moustaki. Er komen tranen.
Ik hoor de post in de gang vallen. Ik sta op. Open de deur en daal de trap af, hopend dat er tussen de rekeningen een brief van Idas zal zitten.
Er was geen brief van Idas. Hij is nergens. Ik neem zijn foto vast, wieg hem in mijn armen, geef hem een kus. Dat was het plan geweest. Wij twee samen nu, het concept van moederschapsrust en het moederschap 'tout court'. Net als elke mama zie ik hem ongelooflijk graag. En ik troost me met de gedachte dat liefde uiteindelijk alles overwint, dat de liefde die ik voor hem voel, uiteindelijk groter zal zijn dan het verdriet, dat de liefde het verdriet omarmt. Of is het net door het verdriet dat ik zoveel liefde voel? Ik ben weer een stukje de berg afgedaald, het is hier dat ik even blijf, niet terug naar boven en nog niet verder naar beneden.
woensdag 12 oktober 2016
K / dagboek 16 / The Mount Idas
Het gaat niet goed. Het gaat niet slecht.
Ik voel diep verdriet, maar ook diepe vreugde.
Het lijkt dat ik door het verlies van Idas, nu twee maanden geleden, bewuster geworden ben.
Niet dat ik daarvoor onbewust in het leven stond, maar nu beleef ik alles gewoon nog bewuster.
Het lijkt alsof ik alle herinneringen die er waren al overlopen heb, dat ik ze allemaal al van binnen en van buiten ken. Het zijn er weinig, herinneringen van de 9 maanden. En nu begin ik aan de toekomstbeelden. Dat zijn er veel. En die zullen alleen maar groeien. Hoe ik nooit zal weten hoe je stem zou klinken, hoe ik nooit helemaal zal weten wat je karakter zou zijn, hoe je er als puber uit zou zien, een kritische blik zou werpen op je eerste liefjes, wat je lievelingsfilm zou zijn, je lievelingskleur, wat je het liefst op je boterham zou eten,.... Hoe ik het mis dat ik je niet kan knuffelen. Dat we geen enkele foto samen hebben van ons vieren. Wat zou jij later willen worden, Idas? We missen jou in al onze toekomstbeelden.
Men spreekt van een diep dal als je iets 'ergs' meemaakt. Ik heb eerder het gevoel dat we met de dood van Idas mee omhoog gestegen zijn. We zitten heel hoog, ver van de begane grond, ver van de gewone wereld. En op die bergtop dalen we beetje bij beetje af. Het is een lange tocht. We nemen onze tijd. Soms blijven we een periode op hetzelfde plateau. Als de tijd er rijp voor is, gaan we nog wat lager en lager, tot we bij de bodem komen. Ik heb het gevoel dat we dan pas weer echt verder zullen kunnen, dat ik dan pas weer kan gaan werken, weer kan deelnemen aan het gewone leven. Nu zijn we nog niet eens halfweg. Ik zie ons nog vrij hoog op de berg staan, hoe hoger, hoe dichter bij Idas. Wat hou ik ervan om in de bergen te zijn. The Mount Idas, there we are.
Ik voel diep verdriet, maar ook diepe vreugde.
Het lijkt dat ik door het verlies van Idas, nu twee maanden geleden, bewuster geworden ben.
Niet dat ik daarvoor onbewust in het leven stond, maar nu beleef ik alles gewoon nog bewuster.
Het lijkt alsof ik alle herinneringen die er waren al overlopen heb, dat ik ze allemaal al van binnen en van buiten ken. Het zijn er weinig, herinneringen van de 9 maanden. En nu begin ik aan de toekomstbeelden. Dat zijn er veel. En die zullen alleen maar groeien. Hoe ik nooit zal weten hoe je stem zou klinken, hoe ik nooit helemaal zal weten wat je karakter zou zijn, hoe je er als puber uit zou zien, een kritische blik zou werpen op je eerste liefjes, wat je lievelingsfilm zou zijn, je lievelingskleur, wat je het liefst op je boterham zou eten,.... Hoe ik het mis dat ik je niet kan knuffelen. Dat we geen enkele foto samen hebben van ons vieren. Wat zou jij later willen worden, Idas? We missen jou in al onze toekomstbeelden.
Men spreekt van een diep dal als je iets 'ergs' meemaakt. Ik heb eerder het gevoel dat we met de dood van Idas mee omhoog gestegen zijn. We zitten heel hoog, ver van de begane grond, ver van de gewone wereld. En op die bergtop dalen we beetje bij beetje af. Het is een lange tocht. We nemen onze tijd. Soms blijven we een periode op hetzelfde plateau. Als de tijd er rijp voor is, gaan we nog wat lager en lager, tot we bij de bodem komen. Ik heb het gevoel dat we dan pas weer echt verder zullen kunnen, dat ik dan pas weer kan gaan werken, weer kan deelnemen aan het gewone leven. Nu zijn we nog niet eens halfweg. Ik zie ons nog vrij hoog op de berg staan, hoe hoger, hoe dichter bij Idas. Wat hou ik ervan om in de bergen te zijn. The Mount Idas, there we are.
K / dagboek 15 / Doodnormaal
O O O alweer een brief in de bus ivm het geboorteattest (dat hebben we niet)... dringend een bijscholing nodig bij de Christelijke mutualiteit om doodnormaal te doen bij de dood aub? En voor mij tijd om te veranderen van ziektefonds, want taboes... I don't like them en christelijk ben ik ook niet echt. Groetjes! (boos, teleurgesteld,... zin om klachtenbrief te sturen)
dinsdag 20 september 2016
K / dagboek 14 / Moederschapsrust zonder baby
Je papa is sinds gisteren weer gaan werken,
je grote broer weer naar de crèche.
Ik ben met moederschapsrust.
Zonder baby.
Het voelt leeg.
De keuken is opgeruimd, paperassen op orde.
En nu zit in hier.
Er was vaak te weinig tijd. Het voelde vaak te druk.
Nu is er onverwacht een zee van dagen, uren en
seconden.
Naast de schouw stond jouw wiegje. We hebben het enkele weken terug opgeborgen.
Het stond daar zonder doel, vergane glorie,
het staat op zolder.
Op de schouw sta je dan. Of toch een restvorm. Jouw stoffelijk overschot, zoals ze zeggen.
Ik geef soms een kus op jouw potje. Maar
eerlijk, ik hang weinig betekenis aan de assen.
Het doet me beseffen dat dit allemaal wel
degelijk gebeurd is, dat wel. Het doet de realiteit doordringen. Zachtjes, want
het is een klein, wit, vederlicht potje. Een urne noemen ze het.
Eén van de lelijkste woorden die er bestaan,
te dichtbij urinoir.
Ik 'google' urne.
'Een urne is een pot waarin de overblijvende
as van een crematie wordt bewaard.'
Ik kijk bij 'google afbeeldingen'. Vraag me
niet waarom ik dit doe. Ik zou je nu in mijn armen nemen, in de plaats daarvan
bekijk ik urnen in alle vormen en maten. Misschien doe ik absurde handelingen
om de leegte te vullen, uit rouwende verveling, omdat ik me zo nutteloos voel
als kersverse moeder van jou.
Ik weet heus wel dat jij niet dat hoopje as bent, Idas. Je bent de liefde diep in mij, je bent de wind die door mijn haren (w)aait. Dit klinkt als een lied van Get Ready en Dana Winner samen. Ik kan maar beter afronden.
Later, als alles zachter zal voelen,
als Orson en hopelijk hij niet alleen,
oud genoeg zal zijn om het te begrijpen,
kiezen we voor jou een mooie plek,
om je assen uit te strooien (dat mag niet,
maar we zullen het toch doen!)
We kiezen voor jou de tweede mooiste plek ter
wereld,
op de mooiste plek,
ben je al,
pal in het midden van ons hart.
Abonneren op:
Posts (Atom)


