Op het einde van de zomer van 2016, zouden we ons tweede
kindje verwelkomen. Een broer of zus voor Orson, die in het midden van
diezelfde zomer, twee jaar was geworden. Nieuw leven in huis, een meer
dan hartverwarmend vooruitzicht. We hadden die zomer een verschillende
vorm van nestdrang... Jonas verbouwde de badkamer.. Ik hoopte dat ik op
tijd ruimte zou krijgen voor 'mijn' nestdrang, wat betekende, een
stofvrij huis.
Week 37. Volgens mijn vroedvrouw werd het
tijd om mijn koffer te maken, je weet maar nooit... Orson werd pas op 42
weken geboren. Als dit kind op zijn broer leek, hadden we nog wel een
paar weken... dacht ik, haast was er niet. Mijn ideale scenario zag er
zo uit: bevallen in week 39, een vriendin uit Londen zou eerst nog een
weekend komen logeren, we zouden de stad in trekken, het gezellig
maken. Orson zou weer naar de crèche gaan, zodat ik nog even kon
genieten van de laatste dagen rust voor de wolk van een baby.
Het liep anders...
Woensdag 10 augustus 2016
's
Avonds werkte Jonas verder aan de badkamer. De vorige dagen had ik de
energie gevonden om de muren te schilderen, maar die avond hield ik het
min of meer rustig. Ik stak Orson in bed en nam een kijkje in de
badkamer om Jonas aan te moedigen. We stonden in de deuropening naar de
toekomst te kijken, we dagdroomden hoe het binnenkort zou zijn, zeiden
dat het toch wel spannend begon te worden. De baby bewoog, heel hard,
zoals dit kindje altijd deed. Het verwonderde me elke keer, maakte me
blij. Het moet de laatste keer geweest zijn, dat ik Idas heb gevoeld,
besefte ik later. 's Nachts sliep Orson heel onrustig. De vorige weken
legden we hem gezellig tussen ons in. Met de baby op komst, vonden we
het beter dat hij flink in zijn eigen bedje leerde slapen, ook als hij
het even moeilijk had. Ik heb hem die nacht uren op mijn schoot getroost
tot hij uiteindelijk weer in slaap viel. Ik heb hem nooit zo overstuur
geweten, alsof hij voelde dat er iets mis was met zijn broertje.
Donderdag 11 augustus 2016
Een
paar dagen terug was er nog een illustratie-opdracht in mijn mailbox
beland. Die stond vandaag op de planning. Na een maand thuis, 'vakantie'
met een tweejarige peuter in combinatie met mijn hoogzwangere buik,
vond ik het heerlijk om weer even het atelier in te kruipen en te
werken. Mijn moeder zou op Orson passen. Het regende die dag heel hard.
's Avonds besefte ik dat ik de baby nog niet had gevoeld. Ik voelde me
ongerust worden. Jonas probeerde me gerust te stellen. De baby had
steeds minder plaats, toch, dus kon hij minder bewegen...
Vrijdag 12 augustus 2016
Een
moeilijke nacht. Ik wilde de baby zo graag voelen, maar het bleef stil.
Het lukte me amper om te slapen. 's Nachts vloog een helikopter uren
rond in onze buurt. 's Ochtends las ik op een Brusselse nieuwssite dat
er weer huiszoekingen waren geweest, waaronder zes in Laken. Het geluid
van de helikopters en mijn onrust zinderde na. Ik had ons kindje nu al
even niet meer gevoeld, was humeurig en wist geen blijf met mezelf. Ik
poetste ons huis, alles moest nu eindelijk in orde geraken. De
ongerustheid groeide. In de namiddag begon ik te googelen, iets met
'baby, niet meer voelen, 37 weken'. Ook al weet ik best dat je
ongerustheid 'googelen' niet het beste plan is, ik deed het toch. Ik
barstte in tranen uit. Op dat moment kwam Jonas naar beneden met de
mededeling dat de badkamer klaar was. We waren klaar, we waren eindelijk
klaar voor jou! Ik wilde blij zijn, maar voelde me enkel triest. Er
klopte iets niet. Jonas stelde voor om de vroedvrouw te bellen. Ik kwam
op haar voicemail terecht, ze was net op vakantie vertrokken, een dag
vroeger dan verwacht. Ik belde het Ziekenhuis in Ukkel. Ook mijn
gynaecoloog was nog op vakantie. Ik legde de situatie uit, we mochten
langskomen. Omdat Ukkel voor ons de andere kant van Brussel is,
beslisten we om naar het UZ in Jette te gaan. Ik werd daar, door enkele
moeilijkheden in de zwangerschap, ook opgevolgd. Ik belde nog even, we
mochten langs spoed binnen gaan. Daarna ging het snel.
Aan de monitor vindt de vroedvrouw geen harttonen. Orson eet ondertussen een koekje.
We worden naar het verloskwartier gestuurd voor een echo. Jonas en ik kijken elkaar aan. We zijn ongerust maar hopen.
Drie
dokters staan bij het echo-apparaat. Achteraf besef ik dat ze het al
wisten, dat hun vermoeden groot was en ze er daardoor met drie stonden,
om ons op te vangen. Ze kijken naar het scherm en schudden vrijwel
onmiddellijk hun hoofd in onze richting. Ik moet het met woorden horen.
'Is het echt zo, leeft ons kindje niet meer?' vraag ik trillend. Ze
bevestigen zacht. Jonas en ik kijken elkaar vol ongeloof aan. Orson
speelt ondertussen in de kamer. Op de achtergrond een 'still' van de
bossen van Laarbeek.
Ik weet niet wat de
verpleegster nog allemaal heeft gezegd. Het is een waas. We worden
alleen gelaten. Jonas en ik zoeken troost bij elkaar. Het was geen
evidente zwangerschap. Op 20 weken was er iets 'verdachts' te zien op de
echo, iets te veel vocht in één van de voorste hersenkamers, een
assymetrisch beeld links en rechts, maar qua hoeveelheid wel binnen de
norm. Niets om ons ongerust over te maken, maar wel wat ongewoon. Er
volgden uiteindelijk vele onderzoeken. Het werd ernstig. De specialist
twijfelde of het 'corpus callosum' wel aanwezig was. Ik heb toen heel
reëel gevoeld dat ik dit kindje zou verliezen, ik dacht toen al dat ik
afscheid zou moeten nemen, ik was reeds bezig met afscheid nemen.
Uiteindelijk was er hoop en vond Jonas dat we ons daaraan moesten
vasthouden. Ik vond dat hij gelijk had, liet mijn angstige gevoel varen
en hoopte mee. De mri-scan was positief, het 'corpus callosum' was wél
aanwezig, het vocht in de hersenen bleef stabiel. De situatie evolueerde
uiteindelijk naar 'een variant van het normale', iets dat na
vermoeiende, bange, afwachtende weken, fantastisch klonk. Ik werd
binnenste buiten gekeerd deze zwangerschap en zorgvuldig opgevolgd. Het
zag er uiteindelijk allemaal zo goed uit. Dat ons kindje uiteindelijk
toch stierf, kwam onverwacht en tegelijk viel de puzzel in elkaar. Wat
ik zo reëel had gevoeld, bleek waar. We moesten afscheid nemen van ons
kindje. Ik herinnerde me plots een gevoel van in het begin van de
zwangerschap... ik ging slapen en in mijn hoofd was het zo donker, er
kwam een flits 'het is beter dat dit kindje niet geboren wordt'. Ik vond
het erg dat dit in mijn hoofd kwam, dit kindje was immers zo welkom, ik
wilde niets liever dan zwanger zijn. Ik vertelde het aan Jonas, hij
vond dit niet fijn. Ik negeerde de gedachte, vocht er tegen. Achteraf,
maanden later, besef ik dat deze gedachte niet van mij was geweest,
alsof het kindje zelf me het had toegefluisterd, alsof je eens zwanger,
samensmelt van één naar twee en je ook gedachten en gevoelens deelt.
We
zitten nog steeds in het ziekenhuis en hebben de eerste tranen de vrije
loop gelaten. Ik besef heel snel dat ik zal moeten bevallen en vraag
hoe dat dan in zijn werk zal gaan. Een bevalling van een dood kind
verschilt niet van een andere bevalling. De ligging van ons kindje is
goed. Het zou alleen iets moeilijker kunnen worden omdat het kindje niet
zal meewerken, ik zal het alleen moeten doen. In het ziekenhuis raadt
de gynaecoloog me een epidurale aan, om de pijn niet te voelen omdat het
psychisch al zo zwaar is. Ik weet niet of ik dit wil, ik ging voor zo'n
natuurlijke bevalling toch? Er wordt bloed afgenomen om te zien of ik
geen infectie heb opgelopen en hoe lang we nog kunnen wachten met
bevallen, zodat het niet gevaarlijk wordt voor mij, aldus de dokters. In
tussentijd komt een sociale assistente met ons praten. Ze geeft Orson
een boterham. Na enkele uren krijgen we de resultaten, mijn bloedwaarden
zijn ok. We beslissen om naar huis te gaan, meteen bevallen vind ik te
snel. Morgenvroeg worden we weer in het ziekenhuis verwacht. Ondertussen
proberen we thuis te bekomen van de shock, als was dat eigenlijk
onmogelijk en regelen we opvang voor Orson voor de komende dagen. Ik
vind het verschrikkelijk om dit nieuws te moeten vertellen. Het is één
van de leukste dingen, de geboorte van je kindje met de wereld delen en
nu weet ik dat ik anderen zal teleurstellen, dat ze overdonderd zullen
zijn van dit nieuws, dat zij ook verdriet zullen hebben. Het lukt me
niet om mijn eigen moeder te bellen. Ik besluit mijn grote zus Eva te
bellen en vraag haar om mijn moeder, broer en andere zus in te lichten.
De komende dagen bel ik haar altijd op om de familie op de hoogte te
houden hoe het verder vordert.
Na de bevalling van
Orson, had ik gezworen om niet meer in hetzelfde ziekenhuis te bevallen. Orson
was op 42 weken een grote zware baby geworden en de bevalling was zeer lang en pittig. Ik heb
er bovendien een blaasverzakking aan over gehouden (nu we toch zo open
zijn, kan ik dit taboe ook maar meteen beter delen, by the way Kate
Winslet heeft het ook en die is best cool). Voor mijn eerste
zwangerschap liep ik de 20 km van Brussel, na mijn eerste bevalling was dit een ver van mijn bed show geworden. Ik had het hier
moeilijk mee, maar ondertussen is ook dit zo ontzettend relatief
geworden. Lopen doe ik later wel weer, na een kleine operatie en ik zal
er meer dan ooit van genieten. Bij mijn eerste bevalling maakte ik vier werkshiften mee. De communicatie liep niet vlot en ik had het gevoel dat er van alles gebeurde zonder dat er ook maar één ding met me besproken werd (geknipt, gescheurd, ventouse). Al van in het begin van
deze tweede zwangerschap had ik me laten opvolgen door een heerlijke
vroedvrouw, Alinoë. Ik vind het jammer dat ik ze net nu niet kan
bereiken, maar begrijp, dat ook vroedvrouwen, mensen die dag en nacht
ter beschikking staan voor vele moeders, ook eens met vakantie moeten
gaan en tijd moeten maken voor hun gezin. Het is gewoon jammer. Pech. Dat
zij er nu niet is. Er zijn twee vroedvrouwen die haar werk overnemen.
Het is ondertussen al 11u 's avonds, maar ik besluit ze toch te bellen,
nadat ik me eerst moed heb ingepraat dat ik nu toch wel écht een reden
heb om ze nog zo laat op de avond te bellen. Achteraf ben ik blij dat ik
dat deed. Ze gaven me de moed om een eigen keuze te maken of ik al dan
niet een epidurale wil en waar en hoe ik wil bevallen. Ik beslis om,
zoals oorspronkelijk gepland, in het Europaziekenhuis in Ukkel te
bevallen, al dan niet een epidurale beslis ik later. We spreken af dat
vroedvrouw Maud de volgende ochtend bij ons langs zal komen om te
praten, zij zal het ziekenhuis ondertussen inlichten.
Zaterdag 13 augustus
Hoe
we die nacht hebben overleefd.. met veel tranen en veel wakker worden.
Ik stond op, zat in de zetel en schreef alles wat in me omging op
papier... Ik voel adrenaline, ik moet morgen bevallen van ons kindje en
ik moet dat goed doen, ik moet sterk zijn. Ik mail een opdrachtgever met
de melding dat ik de aanpassingen van de illustratie niet meer in orde
zal krijgen. Ik regel wat er nog te regelen valt. 's Ochtends komen mijn
schoenbroer en mijn moeder Orson halen, samen met twee nichtjes. Orson
is blij. Hij mag gaan logeren. Het is allemaal zo intens vanaf nu. Ik
zie dat mijn moeder het ook moeilijk heeft. Ze verliest een kleinkind,
het voelt alsof ik haar verdriet aandoe, alsof ik me op de één of andere
manier schuldig voel, ook al weet ik dat dit absurd is. Ik had haar zo
graag blij nieuws verteld, haar achtste kleinkind in haar armen zien
houden. De hele familie leeft enorm hard mee. Mijn zussen, broer en
moeder, wat ben ik blij dat ik ze heb. Ik denk aan mijn vader, 'je hebt
nu een echt 'engelenkleinkind', spreek ik hem toe.
Vroedvrouw
Maud komt langs. Vreemd om iemand nieuw te ontmoeten op zo'n dieptepunt
in je leven. Ze is Franstalig, maar gelukkig lukt het goed, om ons min
of meer, soms wat gebrekkig, uit te drukken. Ze maakt alle afspraken. Om
drie uur worden we in Ukkel verwacht. We geven de planten water,
lichten de buurvrouw in, zodat zij de kat van eten en drinken kan
voorzien de komende dagen.
Het geslacht van dit kindje
kenden we niet. Het zat zorgvuldig bewaard in een envelop. Vele keren
heb ik op het punt gestaan hem te openen, maar ik deed het uiteindelijk
net niet. Jonas houdt van verrassingen en ik ken mezelf, als ik het zou
weten, zou mijn gezicht boekdelen spreken, ik zou het niet kunnen
verbergen. Dus besliste ik steeds om de envelop net niet te openen,
omdat net niet openen leuker was dan wel openen. Nu leg ik hem op tafel.
'Zullen we samen kijken?' vraag ik, 'de pret is er nu toch af'. We
openen hem. Het is een jongen. We huilen. We hebben een tweede zoon! Ik
had ditmaal het gevoel dat het een meisje zou zijn of... een heel
gevoelig zacht jongetje. Voor een meisje hadden we de naam Ida, dat
stond vast, voor een jongen twijfelden we nog: Omer, Charlie, Arsène,
Idas,... We noemen hem uiteindelijk Idas. Onze lieve kleine Idas.
We
vertrekken naar Ukkel. We worden goed opgevangen. Het personeel is op
de hoogte en uiterst professioneel en warm. Het gesprek met de
gynaecoloog is zacht en sereen. We konden dit niet beter wensen. De
bevalling wordt ingeleid, maar de weeën komen niet op gang. De lieve
vroedvrouw beslist om even te stoppen, het is ondertussen nacht en stelt
voor dat we gaan slapen. Ondertussen zal ze een pil plaatsen om mijn
baarmoederhals weker te maken. Een paar uur laten krijg ik er nog één.
Vroeg in de ochtend krijg ik weeën. Ik twijfel of ik een epidurale wil.
Ik herinner me de bevalling van Orson, die vanaf dat ik weeën had om de
vijf minuten, alsnog 36 uur duurde en ben er op ingesteld dat dit weer
eens lang kan duren. Als ik nu al een epidurale neem, is de kans groot
dat die uitgewerkt is. Ik beslis om te wachten en wil het ook allemaal
wat voelen, toch een stukje, om te beseffen dat dit echt is. Ik wil me,
ondanks het verdriet, niet verdoofd voelen.
Zondag 14 augustus 2016
De
weeën komen steeds beter op gang. Ondertussen zijn we in de
verloskamer. Ik vraag uiteindelijk een epidurale omdat ik vind dat ik
het mezelf ook niet moeilijker moet maken dan nodig. De weeën worden
heftig. De anesthesist arriveert pas uren later op het moment dat ik
persweeën krijg, waardoor de pijn niet meer weg gaat. Gelukkig heeft de
vroedvrouw me lachgas aangeboden en daar heb ik ruimschoots gebruik van
gemaakt. Die bus lachgas was van mij en niemand mocht ze uit mijn handen
nemen, met niemand zou ik ze delen. Nooit gedacht zoveel steun te
vinden in een voorwerp. Na een paar keer persen is hij er al. Onze zoon.
Ik wil hem onmiddellijk zien. Doorheen het verdriet voel ik liefde, heel veel liefde. We
hebben hem in onze armen en bewonderen hem. Ik vind hem mooi, ook als is
hij reeds gestorven, ik wil hem knuffelen, aaien, kussen. En dat doen
we. Deze bevalling was fysiek veel zachter dan die van Orson. Psychisch
was ze zwaar, wellicht het moedigste dat ik ooit heb gedaan. Hier is hij
dan: onze kleine, lieve, mooie, jongste zoon... Idas*